Kalsbeek College Menu Openen

Onderwijs

Onderwijs

Overgangsregels 2025-2026

Cijfers en rapporten

Op het Kalsbeek College vinden wij het belangrijk dat elke leerling op het juiste niveau wordt begeleid. Daarom hebben we duidelijke en eerlijke overgangsregels. Aan het eind van elk schooljaar bekijken we of uw kind kan doorgaan naar het volgende leerjaar. Daarbij letten we op:

  • de gemiddelde cijfers per vak
  • het aantal onvoldoendes (tekorten)
  • inzet, werkhouding en motivatie

Voor elke afdeling – basis, kader en mavoXL – gelden aparte overgangscriteria. Deze regels vindt u hieronder.

Soms zijn de cijfers niet helemaal duidelijk, of zijn er bijzondere omstandigheden. Dan bespreken de docenten in een rapportvergadering wat voor uw kind de beste stap is.

Doorstromen naar een ander niveau
In de overgangsregels staat ook wat de mogelijkheden zijn om door te stromen naar een ander niveau of een andere leerweg. Bijvoorbeeld:

  • van vmbo-kader naar mavoXL
  • van mavo naar havo

Heeft u hier vragen over? Neem dan gerust contact op met de mentor of de afdelingsleider van uw kind.

Van onderbouw naar bovenbouw
Aan het einde van leerjaar 2 bepalen we in welke afdeling uw kind de bovenbouw (leerjaar 3 en 4) gaat volgen:

  • vmbo-basis (met of zonder leerwegondersteunend onderwijs)
  • vmbo-kader
  • mavoXL

Algemene overgangsrichtlijnen

In het algemeen geldt:

  • Aan de hand van de overgangsrichtlijnen wordt bepaald of een leerling al of niet bevorderd is.
  • In geval van bijzondere omstandigheden en/of kennelijke onbillijkheden kan de docentenvergadering van de overgangsrichtlijnen afwijken.
  • Per vak wordt op het rapport één eindresultaat vermeld.
  • Aan de hand van de overgangsrichtlijnen wordt bepaald of een leerling al dan niet in de rapportvergadering van de betreffende afdeling wordt besproken. De docentenvergadering beslist bij meerderheid van stemmen of een leerling wordt bevorderd of doubleert.

Let op: een leerling kan niet op school blijven als hij tweemaal hetzelfde leerjaar doubleert.

Overgangsrichtlijnen onderbouw

Overgangsrichtlijnen 1-vmbo-basis/kader

Bepalend voor de overgang naar het 2e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers over alle vakken op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers op het rapport worden weergeven als afgeronde cijfers: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen, handvaardigheid en ckv), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er:

A. De leerling heeft één of meer tekorten.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3, 2 of 1 = 2,5 tekort
tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 2e leerjaar basis
  3. bevorderen naar het 2e leerjaar basis/kader

B. De leerling heeft geen tekorten en een gemiddelde onder de 7,5.
De leerling wordt bevorderd naar het 2e leerjaar basis of basis/kader.

Het totaal gemiddelde wordt berekend met de niet-afgeronde eindcijfers.

C. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde van 7,5 tot 8,0. In de vakken Nederlands, Engels en wiskunde heeft de leerling géén tekort.
Bevordering naar het 2e leerjaar kader/mavo wordt besproken. In deze bespreking wegen de volgende factoren mee:

  • de leerling heeft het differentiatieprogramma met goed gevolg doorlopen bij alle vakken
  • de werkhouding, inzet, inzicht, zelfstandigheid en concentratie

D. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde van 8,0 of hoger.
De leerling wordt bevorderd naar het 2e leerjaar kader/mavo.

N.B. Indien noodzakelijk kan de afdelingsleider afwijken van deze overgangsrichtlijnen.

Overgangsrichtlijnen 1-vmbo-kader/mavo

Aan het einde van het schooljaar wordt bij iedere leerling gekeken welke tweede klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. De leerling gaat door naar 2 kader/mavo.
  2. De leerling wordt besproken om door te gaan in 2 mavoXL als:
  • het gemiddelde van de niet afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, Duits, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, biologie, godsdienst, drama, gym, tekenen, handvaardigheid, techniek een 8,0 of hoger is;
  • de werkhouding en de ambitie van de leerling bovengemiddeld is.

De uitkomst van de docentenvergadering is in dezen bindend.

  1. De leerling wordt besproken als het gemiddelde van de niet afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, Duits, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, biologie, godsdienst, drama, gym, tekenen, handvaardigheid, techniek lager dan een 6,0 is en/of hij/zij drie of meer onvoldoendes heeft in deze vakken.

Voor deze leerling wordt dan bekeken wat het beste vervolg is. Dit kan doubleren, een overstap naar 2 basis/kader of een doorstroom naar 2 kader/mavo betekenen.

De uitkomst van de docentvergadering is in dezen bindend.

De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van bovenstaande regels af te wijken.

Overgangsrichtlijnen 1-mavoXL

Aan het einde van het schooljaar wordt bij iedere leerling gekeken welke tweede klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. De leerling gaat door naar 2 mavo
  2. De leerling wordt besproken om door te gaan in 2 havo-6 (2H6) als:
  • het gemiddelde van de niet-afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, nask1, biologie, godsdienst, expressie (*) en techniek 7,0 of hoger is;
  • voor lo minstens een V is behaald;
  • de leerling voor de vaardigheden samenwerken, plannen en informatie verwerven bovengemiddeld is.

De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.

  1. De leerling wordt besproken als het gemiddelde van de niet-afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, nask1, biologie, godsdienst, expressie (*) en techniek lager is dan 6,0. Per leerling wordt dan bekeken wat het beste vervolg voor deze leerling is. Dit kan doubleren, een overstap naar 2 kader/mavo of een doorstroom naar 2 mavoXL betekenen. De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.

(*) Het cijfer voor Expressie is het gemiddelde van de vakken tekenen, handvaardigheid en ckv (drama/muziek).

De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van deze regels af te wijken.

Overgangsrichtlijnen 2-vmbo-basis/kader

Bepalend voor de overgang naar het 3e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers op het rapport worden weergeven als afgeronde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, economie, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), biologie, mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen en handvaardigheid), lichamelijke opvoeding.

Deze mogelijkheden zijn er:

A. De leerling heeft één of meer tekorten.

Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3,2 of 1 = 2,5 tekort
tekort gemiddelde resultaat
< 2 n.v.t. bevorderen
2 of 2,5 6,0 of hoger bevorderen
3 of meer 6,0 of hoger bespreken
2 of meer lager dan 6,0 bespreken

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren
  2. bevorderen naar het 3e leerjaar basis
  3. bevorderen naar het 3e leerjaar kader

B. De leerling heeft geen tekorten en een gemiddelde onder de 7,5.
De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar basis.

C. De leerling haalt een gemiddelde over alle vakken een 7,0 tot 8,0 en hij heeft geen tekort binnen de verplichte vakken van zijn gekozen profiel.

Het gemiddelde wordt berekend met de niet-afgeronde cijfers van de vakken.

Bevordering naar het 3e leerjaar kader wordt besproken. In deze bespreking worden de volgende factoren meegenomen:

  • de leerling heeft het differentiatieprogramma met goed gevolg doorlopen bij de verplichte vakken uit het gekozen profiel
  • de werkhouding, inzet, zelfstandigheid en concentratie

D. De leerling haalt een gemiddelde over alle vakken van een 8,0 of hoger.
De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar kader.

N.B. Indien noodzakelijk kan de afdelingsleider afwijken van deze overgangsrichtlijnen.

Overgangsrichtlijnen 2-vmbo-kader/mavo

Aan het einde van het schooljaar wordt bij iedere leerling gekeken welke derde klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. De leerling gaat door naar 3 kader.
  2. De leerling wordt besproken om door te gaan naar 3 mavoXL:
  • Het gemiddelde van de niet afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, Duits, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, Nask, biologie, economie, godsdienst, gym, tekenen, handvaardigheid een 7,5 of hoger is;
  • De werkhouding en de ambitie bovengemiddeld is.

De uitkomst van de docentenvergadering is in dezen bindend.

  1. Een leerling wordt besproken als het gemiddelde van de niet afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, Duits, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, Nask, biologie, economie, godsdienst, gym, tekenen, handvaardigheid lager is dan 6,0 en/of hij/zij drie of meer onvoldoendes heeft in deze vakken.

Bij iedere leerling voor wie dit geldt wordt bekeken wat de beste vervolgstap is. Dit kan zijn doubleren, een overstap naar 3 basis of doorstroom naar 3 kader.

De uitkomst van de docentenvergadering is in deze bindend.

De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van bovenstaande regels af te wijken.

Overgangsrichtlijnen 2-mavoXL

Aan het einde van het schooljaar wordt bij iedere leerling gekeken welke derde klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. OP KOERS

De leerling gaat door naar 3 mavoXL.

  1. GROEI

Een leerling wordt besproken om door te gaan in 3 havo-6:

  • als het gemiddelde van de afgeronde eindcijfers van de vakken Ne, En, Fa, Du, Ec, Gs, Ak, Wi, Nask, Bi, Gd en Exp, 7,0 of hoger is;
  • als er voor LO minstens een V is behaald.

Bij de bespreking van de leerlingen hebben alle docenten die een vak geven dat binnen het vak Expressie valt (tekenen, handvaardigheid) een eigen stem. Bij de bepaling van de mogelijkheid tot bespreking naar 3H6 wordt er gerekend met het gemiddelde eindcijfer van deze 4 vakken.

De docenten hebben gedurende het jaar waarderingen gegeven voor de vaardigheden plannen, samenwerken, informatie verwerven en verwerken. Ook de werkhouding van dit jaar wordt hierin meegenomen. Deze zaken komen aan bod in de driehoeksgesprekken. De uitkomsten spelen mee in de leerlingbespreking aan het einde van het schooljaar. De uitkomst daarvan is bindend.

Wij gaan ervan uit dat de overstap vakinhoudelijk niet meer drempelloos zal zijn. Er zal dus een bijspijkerprogramma kunnen zijn in het volgende leerjaar.

  1. STAGNATIE

Een leerling wordt besproken als het gemiddelde van de niet-afgeronde eindcijfers van de vakken Ne, En, Fa, Du, Ec, Gs, Ak, Wi, Nask, Bi, Gd en Exp lager is dan 6,0 en/of als hij/zij drie of meer onvoldoendes in deze vakken heeft.

Per leerling wordt dan bekeken wat het beste vervolg voor deze leerling is. Dit kan doubleren, een overstap naar 3 kader of een doorstroom naar 3 mavo betekenen. De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend. De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van deze regels af te wijken.

Overgangsrichtlijnen techniekklas 2e leerjaar

In de techniekklas wordt lesgegeven op 3 niveaus met de daarbij horende overgangsrichtlijnen:

  • vmbo-basis: overgangsrichtlijnen 2 vmbo-basis met lwoo
  • vmbo-basis/kader: overgangsrichtlijnen 2 vmbo-basis/kader
  • vmbo-kader/mavo: overgangsrichtlijnen 2 vmbo-kader/mavo (de doorstroom 3 mavo is niet mogelijk)

Overgangsrichtlijnen bovenbouw

Overgangsrichtlijnen 3-vmbo-basis/kader

Weging

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
Het cijfer 3 of minder = 2,5 tekort
Het cijfer 5 voor het beroepsgerichte vak = 2 tekort

Bij het vak maatschappijleer-1 telt het eindcijfer van klas 3 voor de overgang. Dit is het cijfer voordat een eventuele herkansing heeft plaatsgevonden.

 

Bepalend voor de overgang naar het 4e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor: godsdienst, Nederlands, Engels, Duits (kader), wiskunde, rekenvaardigheid, het profielvak het beroepsgerichte vak (biologie, economie, natuurkunde), maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en CKV.

 

Een leerling is bevorderd wanneer:

  • het afgeronde eindcijfer Nederlands niet lager dan een 5 is;
  • geen enkel afgerond eindcijfer lager dan een 4 is;
  • voor het profielvak minimaal het cijfer 6 behaald is;
  • het loopbaandossier ‘naar behoren’ uitgevoerd is;
  • de vakken ckv, godsdienst en lichamelijke opvoeding met een voldoende afgerond zijn (bij ckv, godsdienst en lichamelijke opvoeding zijn herkansingen mogelijk om aan deze eis te voldoen);
  • aan de eis voor de maatschappelijke stage is voldaan;
  • de afgeronde eindcijfers voldoen aan één van de volgende eisen:
    • alle cijfers zijn 6 of hoger, of
    • één 5 en alle andere cijfers zijn 6 of hoger, of
    • één 4 en alle andere cijfers zijn 6 of hoger met minimaal één 7, of
    • twee 5-en en alle cijfers zijn 6 of hoger met minimaal één 7.

Een leerling wordt besproken wanneer:

  • er 3 tekorten zijn in de examenvakken, of
  • het loopbaandossier niet ‘naar behoren’ uitgevoerd is, of
    het vak godsdienst niet met minimaal een voldoende afgesloten is (ook niet na herkansing), of
  • het vak lichamelijke opvoeding niet met minimaal een voldoende afgesloten is (ook niet na herkansing).

De uitkomst van de bespreking kan zijn:

  1. doubleren op het huidige niveau
  2. doubleren op een ander niveau (van kader naar basis)
  3. bevorderen naar het 4e leerjaar
  4. bevorderen naar het 4e leerjaar LWT (basis); hierbij geldt dat voor Nederlands en het beroepsgerichte vak minimaal het cijfer 6 behaald is.

Een leerling blijft zitten wanneer:

  • er 3,5 of meer tekorten zijn in de examenvakken, of
  • voor het profielvak het cijfer 5 of lager gehaald is, of
  • CKV met een onvoldoende is afgesloten.

De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.

De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van de overgangsrichtlijnen af te wijken.

Overgangsrichtlijnen 3-mavoXL

Bepalend voor de overgang naar het vierde leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vak­ken die in het derde leerjaar gevolgd worden.

Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:

Het cijfer 5 = 1 tekort
Het cijfer 4 = 2 tekort
  1. OP KOERS

De leerling gaat door naar 4-mavo.

  1. STAGNATIE

De leerling blijft zitten als

  • Er vijf of meer tekorten zijn bij de cijfers van de gevolgde vakken.

De leerling wordt besproken als

  • Er drie of vier tekorten zijn bij de cijfers van de gevolgde vakken of
  • Het eindcijfer voor een gekozen vak 4 of lager is of
  • Er in het hele vakkenpakket voor 4-mavo twee of meer tekorten zitten
  • Het vak CKV een onvoldoende eindbeoordeling heeft
  • De maatschappelijke stage niet is afgerond

Per leerling wordt bekeken wat het beste vervolg voor deze leerling is. Dit kan doubleren, een overstap naar 3-kader of een doorstroom naar 4-mavo betekenen. Een overstap naar 4-kader of 4-havo-6 is niet mogelijk.  De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.

De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van deze regels af te wijken.

N.B. Bij het vak maatschappijleer telt het eindcijfer van klas 3 mee voor de overgang. Dit is voordat een eventuele herkansing heeft plaatsgevonden.

Kaderdiploma na basisdiploma

Leerlingen die de wens hebben om na het behalen van het basisdiploma in één jaar het kaderdiploma op het Kalsbeek College te behalen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Op de eindlijst voor het beroepsgerichte vak minimaal een 7.0.
  • Op de eindlijst voor zowel Nederlands en Engels minimaal een 7.0.
  • Op de eindlijst voor wiskunde minimaal een 7.0. In leerjaar 4 kader moet daarnaast voor dit vak de leerstof van leerjaar 3 kader worden ingehaald.
  • Indien in plaats van wiskunde, maatschappijkunde is gevolgd, moet hier minimaal een 7.0 voor behaald zijn.
  • Maatschappijleer leerjaar 3 moet alsnog op kaderniveau worden afgesloten d.m.v. een extra opdracht.
  • Alle theorietoetsen van het beroepsgerichte vak leerjaar 3 moeten alsnog op kaderniveau worden gemaakt.

Leerlingen kunnen hun wens uiterlijk 1 april per mail aangeven bij de afdelingsleider vmbo-basis bovenbouw: meneer Ghajar (ghr@kalsbeek.nl) of mevrouw Hulleman (hvv@kalsbeek.nl). Na het Centraal Examen, wanneer de eindcijfers bekend zijn, neemt de school een besluit over wie toelaatbaar is tot leerjaar 4-kader. Meld je dus voor de zekerheid ook aan bij het mbo.

Het is belangrijk om te weten dat veel mbo-instellingen werken met een 1-jarige niveau 2 opleiding. Met het afronden van deze opleiding kan een student doorstromen naar een niveau 3 opleiding. Via deze route is er ook geen tijdsverlies en is de leerling al gewend aan de manier van werken op het mbo.