Op het Kalsbeek College vinden wij het belangrijk dat elke leerling op het juiste niveau wordt begeleid. Daarom hebben we duidelijke en eerlijke overgangsregels. Aan het eind van elk schooljaar bekijken we of uw kind kan doorgaan naar het volgende leerjaar. Daarbij letten we op:
Voor elke afdeling – basis, kader en mavoXL – gelden aparte overgangscriteria. Deze regels vindt u hieronder.
Soms zijn de cijfers niet helemaal duidelijk, of zijn er bijzondere omstandigheden. Dan bespreken de docenten in een rapportvergadering wat voor uw kind de beste stap is.
Doorstromen naar een ander niveau
In de overgangsregels staat ook wat de mogelijkheden zijn om door te stromen naar een ander niveau of een andere leerweg. Bijvoorbeeld:
Heeft u hier vragen over? Neem dan gerust contact op met de mentor of de afdelingsleider van uw kind.
Van onderbouw naar bovenbouw
Aan het einde van leerjaar 2 bepalen we in welke afdeling uw kind de bovenbouw (leerjaar 3 en 4) gaat volgen:
In het algemeen geldt:
Let op: een leerling kan niet op school blijven als hij tweemaal hetzelfde leerjaar doubleert.
Bepalend voor de overgang naar het 2e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers over alle vakken op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers op het rapport worden weergeven als afgeronde cijfers: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), mens en natuur (biologie en verzorging), mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen, handvaardigheid en ckv), lichamelijke opvoeding.
Deze mogelijkheden zijn er:
A. De leerling heeft één of meer tekorten.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:
| Het cijfer 5 | = 1 tekort |
| Het cijfer 4 | = 2 tekort |
| Het cijfer 3, 2 of 1 | = 2,5 tekort |
| tekort | gemiddelde | resultaat |
| < 2 | n.v.t. | bevorderen |
| 2 of 2,5 | 6,0 of hoger | bevorderen |
| 3 of meer | 6,0 of hoger | bespreken |
| 2 of meer | lager dan 6,0 | bespreken |
De uitkomst van de bespreking kan zijn:
B. De leerling heeft geen tekorten en een gemiddelde onder de 7,5.
De leerling wordt bevorderd naar het 2e leerjaar basis of basis/kader.
Het totaal gemiddelde wordt berekend met de niet-afgeronde eindcijfers.
C. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde van 7,5 tot 8,0. In de vakken Nederlands, Engels en wiskunde heeft de leerling géén tekort.
Bevordering naar het 2e leerjaar kader/mavo wordt besproken. In deze bespreking wegen de volgende factoren mee:
D. De leerling haalt over alle vakken een gemiddelde van 8,0 of hoger.
De leerling wordt bevorderd naar het 2e leerjaar kader/mavo.
N.B. Indien noodzakelijk kan de afdelingsleider afwijken van deze overgangsrichtlijnen.
Aan het einde van het schooljaar wordt bij iedere leerling gekeken welke tweede klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:
De uitkomst van de docentenvergadering is in dezen bindend.
Voor deze leerling wordt dan bekeken wat het beste vervolg is. Dit kan doubleren, een overstap naar 2 basis/kader of een doorstroom naar 2 kader/mavo betekenen.
De uitkomst van de docentvergadering is in dezen bindend.
De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van bovenstaande regels af te wijken.
Aan het einde van het schooljaar wordt bij iedere leerling gekeken welke tweede klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:
De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.
(*) Het cijfer voor Expressie is het gemiddelde van de vakken tekenen, handvaardigheid en ckv (drama/muziek).
De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van deze regels af te wijken.
Bepalend voor de overgang naar het 3e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers op het rapport worden weergeven als afgeronde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, wiskunde, rekenvaardigheid, economie, mens en maatschappij (geschiedenis en aardrijkskunde), biologie, mens en techniek (natuurkunde en techniek), kunst en cultuur (tekenen en handvaardigheid), lichamelijke opvoeding.
Deze mogelijkheden zijn er:
A. De leerling heeft één of meer tekorten.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:
| Het cijfer 5 | = 1 tekort |
| Het cijfer 4 | = 2 tekort |
| Het cijfer 3,2 of 1 | = 2,5 tekort |
| tekort | gemiddelde | resultaat |
| < 2 | n.v.t. | bevorderen |
| 2 of 2,5 | 6,0 of hoger | bevorderen |
| 3 of meer | 6,0 of hoger | bespreken |
| 2 of meer | lager dan 6,0 | bespreken |
De uitkomst van de bespreking kan zijn:
B. De leerling heeft geen tekorten en een gemiddelde onder de 7,5.
De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar basis.
C. De leerling haalt een gemiddelde over alle vakken een 7,0 tot 8,0 en hij heeft geen tekort binnen de verplichte vakken van zijn gekozen profiel.
Het gemiddelde wordt berekend met de niet-afgeronde cijfers van de vakken.
Bevordering naar het 3e leerjaar kader wordt besproken. In deze bespreking worden de volgende factoren meegenomen:
D. De leerling haalt een gemiddelde over alle vakken van een 8,0 of hoger.
De leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar kader.
N.B. Indien noodzakelijk kan de afdelingsleider afwijken van deze overgangsrichtlijnen.
Aan het einde van het schooljaar wordt bij iedere leerling gekeken welke derde klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:
De uitkomst van de docentenvergadering is in dezen bindend.
Bij iedere leerling voor wie dit geldt wordt bekeken wat de beste vervolgstap is. Dit kan zijn doubleren, een overstap naar 3 basis of doorstroom naar 3 kader.
De uitkomst van de docentenvergadering is in deze bindend.
De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van bovenstaande regels af te wijken.
Aan het einde van het schooljaar wordt bij iedere leerling gekeken welke derde klas het beste vervolg is. Er zijn 3 mogelijkheden:
De leerling gaat door naar 3 mavoXL.
Een leerling wordt besproken om door te gaan in 3 havo-6:
Bij de bespreking van de leerlingen hebben alle docenten die een vak geven dat binnen het vak Expressie valt (tekenen, handvaardigheid) een eigen stem. Bij de bepaling van de mogelijkheid tot bespreking naar 3H6 wordt er gerekend met het gemiddelde eindcijfer van deze 4 vakken.
De docenten hebben gedurende het jaar waarderingen gegeven voor de vaardigheden plannen, samenwerken, informatie verwerven en verwerken. Ook de werkhouding van dit jaar wordt hierin meegenomen. Deze zaken komen aan bod in de driehoeksgesprekken. De uitkomsten spelen mee in de leerlingbespreking aan het einde van het schooljaar. De uitkomst daarvan is bindend.
Wij gaan ervan uit dat de overstap vakinhoudelijk niet meer drempelloos zal zijn. Er zal dus een bijspijkerprogramma kunnen zijn in het volgende leerjaar.
Een leerling wordt besproken als het gemiddelde van de niet-afgeronde eindcijfers van de vakken Ne, En, Fa, Du, Ec, Gs, Ak, Wi, Nask, Bi, Gd en Exp lager is dan 6,0 en/of als hij/zij drie of meer onvoldoendes in deze vakken heeft.
Per leerling wordt dan bekeken wat het beste vervolg voor deze leerling is. Dit kan doubleren, een overstap naar 3 kader of een doorstroom naar 3 mavo betekenen. De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend. De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van deze regels af te wijken.
In de techniekklas wordt lesgegeven op 3 niveaus met de daarbij horende overgangsrichtlijnen:
Weging
| Het cijfer 5 | = 1 tekort |
| Het cijfer 4 | = 2 tekort |
| Het cijfer 3 of minder | = 2,5 tekort |
| Het cijfer 5 voor het beroepsgerichte vak | = 2 tekort |
Bij het vak maatschappijleer-1 telt het eindcijfer van klas 3 voor de overgang. Dit is het cijfer voordat een eventuele herkansing heeft plaatsgevonden.
Bepalend voor de overgang naar het 4e leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor: godsdienst, Nederlands, Engels, Duits (kader), wiskunde, rekenvaardigheid, het profielvak het beroepsgerichte vak (biologie, economie, natuurkunde), maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en CKV.
Een leerling is bevorderd wanneer:
Een leerling wordt besproken wanneer:
De uitkomst van de bespreking kan zijn:
Een leerling blijft zitten wanneer:
De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.
De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van de overgangsrichtlijnen af te wijken.
Bepalend voor de overgang naar het vierde leerjaar zijn de gemiddelde cijfers op het laatste rapport en het totaal aantal tekorten op dit rapport. De cijfers zijn de afgeronde, gemiddelde cijfers over het gehele schooljaar voor de vakken die in het derde leerjaar gevolgd worden.
Het aantal tekorten wordt als volgt vastgesteld:
| Het cijfer 5 | = 1 tekort |
| Het cijfer 4 | = 2 tekort |
De leerling gaat door naar 4-mavo.
De leerling blijft zitten als
De leerling wordt besproken als
Per leerling wordt bekeken wat het beste vervolg voor deze leerling is. Dit kan doubleren, een overstap naar 3-kader of een doorstroom naar 4-mavo betekenen. Een overstap naar 4-kader of 4-havo-6 is niet mogelijk. De uitkomst van de docentenvergadering in dezen is bindend.
De afdelingsleider heeft de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van deze regels af te wijken.
N.B. Bij het vak maatschappijleer telt het eindcijfer van klas 3 mee voor de overgang. Dit is voordat een eventuele herkansing heeft plaatsgevonden.
Leerlingen die de wens hebben om na het behalen van het basisdiploma in één jaar het kaderdiploma op het Kalsbeek College te behalen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
Leerlingen kunnen hun wens uiterlijk 1 april per mail aangeven bij de afdelingsleider vmbo-basis bovenbouw: meneer Ghajar (ghr@kalsbeek.nl) of mevrouw Hulleman (hvv@kalsbeek.nl). Na het Centraal Examen, wanneer de eindcijfers bekend zijn, neemt de school een besluit over wie toelaatbaar is tot leerjaar 4-kader. Meld je dus voor de zekerheid ook aan bij het mbo.
Het is belangrijk om te weten dat veel mbo-instellingen werken met een 1-jarige niveau 2 opleiding. Met het afronden van deze opleiding kan een student doorstromen naar een niveau 3 opleiding. Via deze route is er ook geen tijdsverlies en is de leerling al gewend aan de manier van werken op het mbo.